zondag 5 oktober 2008

Op stap

geschreven: ‎9 ‎maart, ‎2008

De trein rolt puffend vooruit, weg van het station, weg van wachtende mensen met hun smeulende sigaretje. Ik zit verdiept in de krant, of gedachten, wie zal het zeggen, te bladeren. Een man worstelt zich met een kinderwagen tussen de zitplaatsen door met in zijn kielzog zijn vrouw. Het is een al wat ouder stel, en in de kinderwagen zit hun kleinzoon, zo blijkt al snel.

“Laat oma je eens losmaken, dan kan je naar buiten kijken.”

Het jongetje is enthousiast. Voor het eerst samen op stap met opa en oma, en dan ook nog met de trein! Tenminste, daar doet het tafereel me aan denken, maar waarschijnlijk is hij al wel vaker zo samen weg geweest. Als hij uiteindelijk voor het raam staat valt het zicht hem nog tegen ook. De eerste keer was het toch indrukwekkender, maar nu lijkt alles alleen maar voorbij te zoeven.

“Kijk knul,” wijst opa naar de weg. “Zo’n auto heeft opa ook.”

Ik volg zijn vinger naar de weg, maar welke auto zou de beste man bedoelen? Er rijden veel auto’s, spitsuur is niet ver meer. Er rijdt echter geen bijzonder opvallende auto, alleen maar bedrijfsauto’s en zakelijke rijders. Opa helpt me.

“Een volvo. Opa heeft hem vorig jaar nog op de kop kunnen tikken.” Hij kijkt er trots bij, maar het lijkt de jongen volledig voorbij te gaan. Ik moet toegeven, het lijkt me een degelijke auto, zeker om samen mee op pad te gaan met kleinkinderen.

En toch.

Ik peins nog een dik half uur later, nadat opa en oma met kleinzoon de trein weer verlaten heeft, over voorgaande. Niet zo zeer over de auto, wel over de relatie tussen volwassenen en hun kinderen of kleinkinderen. Op de een of andere manier hanteren de volwassenen dan nadrukkelijk de relatie tussen beide, opa en oma in dit geval. Ze zullen nooit zeggen “ik heb ook zo’n auto.” Het is altijd “opa dit” of “oma dat.” Net of ze hun eigen functie nog maar eens willen bevestigen. En wel voor zichzelf, niet zozeer voor de kleinzoon.

Als omstander zijn het toch altijd weer interessante gesprekken. Zelf denk ik altijd nooit kinderen zo te zullen gaan toespreken, maar uiteindelijk zal waarschijnlijk ook ik er aan moeten geloven. Want natuurlijk, uit opvoedkundig opzicht is het niet meer dan normaal. Je hebt het zelf dan niet eens meer door.

De trein komt tot stilstand. Ook ik kom langzaam tot stilstand, laat deze overpeinzingen maar even rusten. Misschien dat ik in de toekomst hier nog eens aan terug denk. Als ik zelf papa of opa ben.

1 opmerking:

Anoniem zei

-prachtig, prachtig-

Meesterwerkje van de heer Schoen!

Op naar de volgende, he broer